Rivieren en kanalen
Rivier
Een rivier is een min of meer natuurlijke waterstroom. We onderscheiden oceanische rivieren (ook stroom genoemd) die in een zee of oceaan eindigen, en continentale rivieren die in een meer, een moeras of woestijn eindigen. Een beek is de aanduiding voor een kleine rivier. Tussen beek en rivier ligt meestal een bijrivier.
Elke rivier ligt in een stroomgebied. Dat is het totale omringende gebied waarbinnen al het overtollige water via die ene rivier wordt afgevoerd. Bijvoorbeeld: het stroomgebied van de Rijn: al het water van alle bijrivieren van de Rijn. De scheidingslijn tussen twee stroomgebieden wordt de waterscheiding genoemd. De bepaling van de linker- en de rechteroever van een rivier gebeurt vanaf de bron (in de richting van de stroming) van de rivier gezien.

Er wordt ook onderscheid gemaakt naar de vorm van een rivier. Zo worden meanderende en vlechtende rivierbeddingen onderscheiden. Een meanderende bedding bestaan uit één stroomgeul; deze geul kronkelt en de bochten kunnen uitbouwen en zichzelf afsnijden. De bedding van een vlechtende rivier kent meerdere stroomgeulen die door elkaar heen vlechten en regelmatig verschuiven. Er zijn ook gebieden waar één rivier meerdere, semi parallellopende geulen vormt zonder te gaan vlechten (bijvoorbeeld in rivierdelta's en heel vlakke riviervalleien).

In vlakke, laaggelegen rivierdalen en delta's (zoals Nederland) zijn riviergeulen vaak meanderend, vooral als ook de afvoer van de rivier redelijk constant is, bijvoorbeeld omdat zij een groot stroomgebied heeft (Rijn, Amazone, Mississipi). Rivieren in berggebieden, rivieren met heel kleine stroomgebieden en andere rivieren waarvan de afvoer over het jaar sterk wisselt zijn vaak van het vlechtende type. In de laatste ijstijdwas de Rijn in Nederland een vlechtende rivier.

Sinds de Middeleeuwen zijn de kleinere delta riviertakken in Nederland afgedamd (Linge, Oude Rijn, Hollandse IJssel) en zijn de grotere takken voorzien van bandijken en andere dijken. De polders tussen de rivieren (bijvoorbeeld Betuwe) werden zo beschermd tegen overstroming. Verder zijn veel meanders van beken en van grote rivieren vanwege kanalisatie afgesneden. Met het oog op veiligheid en verwachte toekomstige klimaatverandering wordt sinds de bijna overstromingen in 1993 en 1995 grondig nagedacht over dijkverhogingen en het anderszins voorkomen van overstromingen langs de grote rivieren (bijvoorbeeld nieuwe overlaatgebieden om bij hoogwater de hoogste afvoerpieken af te kunnen toppen).

De rivier is een populaire watersoort voor allerhande sportvissers. Vooral vanwege het grote aanbod aan vissoorten en bovendien het bestand aan potentiële recordvissen. Wie zich aan de rivier waagt zal tijd moeten investeren, maar op den duur geweldige vangsten kunnen boeken. Drie tot vijf vissoorten op een dag vangen is meer regel dan uitzondering en ook grote aantallen zijn mogelijk. De vis kan op tal van mannieren belaagd worden en hoewel de rivieren vooral bekend staan bij de bootvissers is er ook voor de kantvisser veel mogelijk